9 min read

We made it!

We made it!
Bovenop Crown range, de hoogste geasfalteerde weg in Nieuw Zeeland

Zoals jullie ondertussen al weten, hebben we ons eindpunt met de fiets bereikt! Na 2638 kilometer en 26.666 hoogtemeters, kwamen we eergisteren aan in Bluff. De laatste ritten om op ons eindpunt te geraken waren soms prachtig, soms saai, maar in elk geval de moeite waard om met jullie te delen. Zittend in een super gezellig koffiebarretje op Stewart island, met een heerlijke warme brownie en een latte, neem ik jullie mee naar afgelopen week.

In Wānaka zwemmen we nog in het meer en doen we nog wat opshops (tweedehands winkels in NZ). We vinden een fantastisch fietsshirt voor Mira voor amper een euro. Senne vervangt nog z'n banden en we slapen heerlijk in een cabin die nacht.

Na een beetje uitslapen (dat gebeurt wel eens als je niet in je tent slaapt), vertrekken we uit Wānaka. We maken ons op voor de Crown Range, een rit tussen Wānaka en Queenstown en de hoogste geasfalteerde weg in Nieuw Zeeland.

Altijd fijn om dit soort bordjes tegen te komen.

Naast hoog en stijl, is de weg ook superdruk met toeristen. Mira huilt op een gegeven moment, omdat ze "echt niet meer van onze reis houdt", en we hebben het dus allemaal wat moeilijk. Toch zetten we allemaal door. Ik kreeg de rit eigenlijk bijna niet rondgetrapt, maar met een paar korte stops op de minst gevaarlijke plekken van de weg, bereikten we alledrie de top!

Na een super stijle afdaling (waar wij in de remmen moesten voor alle campers in plaats van andersom), gingen we de grote baan af en namen we een gravelpad richting Arrowtown. Op de stijle afdaling daar verloor ik mijn beide schoenen die achterop mijn fiets gebonden waren. Ik moest dus terug naar boven wandelen....

We aten een welverdiende chique lunch in Arrowtown, waar Mira ook even kon spelen.

We vervolgden onze weg over het Twin Rivers pad. Prachtig, maar met nog een aantal stijle gravelklimmetjes met zeer vermoeide benen...

Na een verfrissende duik in de rivier, en de laatste hoogtemeters, kwamen we eindelijk aan op onze camping op een paar kilometer van Queenstown. Prachtig uitzicht over het meer, maar ook wel echt super druk.

De volgende (regen- en stormachtige) dag in Queenstown, namen we de bus naar het centrum en bezochten Mira en Senne een sensorisch museum vol balonnen, lampen en andere kleurrijke dingen (ik bleef wijselijk in een koffiebar 🫣).

In de namiddag boekten we een uur een prive hottub en keken we uit over het meer met een rustig muziekje. Een genot voor de spieren, al is het toch minder rustig, zo'n bad met kind.

De volgende dag was er geen plek meer op de camping, noch op eender welke andere slaapplek in Queenstown. We fietsten dus maar naar de stad, speelden in de speeltuin, kochten een eenhoornknuffel voor Mira en namen de stoomboot naar de overkant van het grote meer waar Queenstown aan grenst.

De stoomboot is een toeristische attractie, en zit bomvol. Onze fietsen staan ergens van onder in een half museumpje, je kunt de kolen geschept zien worden en de motor zien draaien.

Aangekomen aan de overkant fietsen we nog 800 meter naar een van de mooiste kampeerplekken van onze reis (en nog gratis ook!!) op Walter's peak.

We staan daar met nog veel andere fietsers en Mira valt vroeg in slaap in haar gloednieuwe knalroze slaapzak met haar nieuwe eenhoorn.

Na een rustige nacht hebben we een trage start, en we vertrekken in koud en wisselvallig weer.

De rit is ronduit PRACHTIG. Het is een afgelegen gravelweg met af en toe een auto, maar vooral natuur en eindeloze uitzichten.

We beklimmen Vonn Hill, een stijle gravelklim en onze laatste echte grote klim van deze fietsvakantie.

Het uitzicht van boven is prachtig.

Na een korte stop en een kleine naked bike ride als viering van deze laatste top, rijden we verder. De tegenwind op de hoogvlakte doet de laatste twintig kilometer voelen als 100 kilometer, maar uiteindelijk komen we aan bij Mavora Lakes.

We spelen wat, maken een kampvuur, roosteren marshmallows en Senne neemt een duik in het meer.

In de ochtend is het koud en nat, er staat een snijdende wind en we komen niet vooruit. Het is echt ploeteren, Mira is koud en verdrietig en alles zit even heel hard tegen. Na een half uurtje aan de kant van de weg, een extra jas, extra sokken, wat snoep en chocola en knuffels, kunnen we weer op pad gelukkig.

Hoe kut de regen ook is, ze maakt wel een prachtige regenboog op onze weg.

Halverwege onze tocht komen we een koppel tegen dat via de andere kant van het eiland is gefietst (we leerden hen kennen op dezelfde camping als we Josh en Emily ontmoetten en zagen elkaar een paar keer onderweg). Het is een leuk weerzien, Mira krijgt nog wat Lego (die je hier kan sparen en die zij dus bijhielden voor Mira), en we wisselen wat verhalen uit.

Het laatste stuk was met veel tegenwind en een saaie weg. We hadden verwacht een supermarkt te vinden op ons eindpunt in Mossburn, maar helaas bleek dat een mini winkeltje te zijn. We kochten nog wat freeze-dried eten en trokken verder naar ons hutje op een camping.

We waren blij met onze cabin, want het was ijskoud 's nachts! Nadat we alles weer hadden ingepakt, ontbeten we bij het cafeetje in het dorp (dat nu wel open was gelukkig), sloegen we eten in voor onze lunch en zetten we onze toch verder richting Minton. De 70 kilometer ging constant 1% naar beneden, maar de tegenwind haalde de vaart uit onze tocht. Eind van de middag haalden we, na een lange dag die evengoed in Nederland had kunnen zijn qua landschap, ons hotel. Even wat luxe, een restaurant, warme bedden en een tv. We kochten kleurboeken en stiften voor Mira, omdat we toch niet meer ver moeten en we het extra gewicht nu wel kunnen meeslepen.

Onze laatste fietsdag was qua route nog saaier dan de dag ervoor, maar we ploeteren door. Na een lunch in Invercargill is het nog 35 kilometer tot het eindpunt: Bluff. Mooier wordt het niet, maar we halen wel ons einddoel!

Mira laat haar gezicht niet zien als een onbekende een foto neemt

Na een korte foto stop rijden we terug naar het dorp, waar we vrijwel direct de boot nemen naar Stewart Island. Josh, Emily en Robert zijn daar al, en we willen Josh z'n verjaardag samen vieren.

De boottocht is, volgens de locals, a smooth ride. Wij zijn duidelijk niks gewend. We vliegen over de golven, stuiteren meters de lucht in en worden misselijk. Gelukkig is het na een uur voorbij en komen we aan op het prachtige, rustige Stewart Island. We zetten onze tent op, koken, vieren Josh z'n verjaardag en Mira gaat veel te laat naar bed.

Senne gaat nog wandelen met Robert en Josh, ze spotten een paar Kiwi's en zien de bloedmaan.

Kiwi in het wild!

De volgende dag doen we het echt echt rustig aan. We wandelen tien minuten naar een prachtig strand waar we uren liggen, lezen, zwemmen en spelen.

Ook vandaag is het rustig, we drinken koffie, spelen aan het strand en wachten op onze boot die ons straks weer naar het Zuider Eiland brengt. Van daaruit gaan we de komende dagen kleine busjes nemen richting Dunedin. Even klaar met fietsen, even rust!

Click to load the interactive tour map from Komoot

Click to load the interactive tour map from Komoot

Click to load the interactive tour map from Komoot

Click to load the interactive tour map from Komoot

Click to load the interactive tour map from Komoot

Click to load the interactive tour map from Komoot